Uit de eerste hand
Er ligt een blauwe fiets half in de laurierhaag. Hij ligt daar niet omdat zijn eigenaar slordig is, maar omdat er niets staat om hem tegenaan te zetten.
Onze fietsen slapen op straat. Dat is niet erg — daar zijn fietsen aan gewend — doch zij slapen schéér: tegen gevels, dwars over de stoep, en bij tijd en wijle boven op elkaar. Wij zouden ze graag ergens tegenaan laten leunen dat daarvoor bedoeld is.
Langs het voetpad, tussen de haag en de bomen, ligt er sinds enige tijd één. Blauw. Half in het groen, met het achterwiel omhoog, in een houding die men bij een dier verontrustend zou noemen en bij een fiets gewoon.
Niemand heeft die fiets iets misdaan. Dat is nu juist het punt. Men heeft hem alleen niets aangeboden.
“Een fietsnietje is het enige nietje in Amsterdam dat groter is dan het ding dat het vastzet, en het enige dat u nooit kwijtraakt.”
Wij hebben de gemeente Amsterdam derhalve verzocht om drie fietsnietjes in de groenstrook langs het voetpad, tussen de laurierhaag en de bomen — op precies de plek waar de fietsen nu al belanden. Dan gaan zij staan waar zij nu vallen.
De gemeente stelt vijf voorwaarden. Wij liepen ze na, ter plaatse, met een meetlint dat van de buurvrouw is:
Voorts verlangt de gemeente vier directe buren die het een goed idee vinden, met naam, adres en handtekening. Die zijn er. Zij staan verderop in dit nummer, met hun opmerkingen, want die waren beter dan het formulier toestond.
Meegestuurd is een foto van de plek, mét huisnummer in beeld — zonder nummer is een plek namelijk een gevoel. Binnen zes weken laat de gemeente weten of het nietje geplaatst kan worden, en waar precies. Het kan zijn dat zij de plek een halve meter verschuiven naar de rand van de verharding. Dat is prima. Als de fietsen maar ergens tegenaan kunnen.
De wonderlijke avonturen van
Handelingen — vergaderjaar dezes, 22 augustus, middagzitting
De voorzitter: Aan de orde is het verzoek tot plaatsing van drie beugels.
De heer Van Uytrecht: Mijnheer de voorzitter, ligt de fiets, of staat zij?
De minister: Administratief staat zij. Zij is als staand geregistreerd en ik zie geen aanleiding die registratie te wijzigen.
De heer Van Uytrecht: Zij ligt in een haag.
De minister: In de haag staat zij horizontaal. Dat is een houding, geen gebrek.
(Rumoer. De voorzitter maant tot kalmte.)
De heer Van Uytrecht: Verzoeker vraagt om drie beugels.
De minister: Hij mag er vijf vragen. Het maximum is vijf, opdat niemand het maximum vraagt.
De heer Van Uytrecht: En de vier buren?
De minister: Vier buren zijn vereist. Het begrip «buur» is nergens omschreven, hetgeen de uitvoering aanzienlijk vereenvoudigt.
De heer Van Uytrecht: Voor wie?
De minister: Voor ons.
(Langdurig gelach. Eén lid lacht niet; dat lid fietst.)
De heer Van Uytrecht: En de zes weken?
De minister: Die vangen aan zodra de foto is ontvangen, mits het huisnummer erop staat. Zonder nummer is een plek een gevoel, en gevoelens worden bij een ander loket behandeld.
De voorzitter: Ik constateer dat de Kamer zich hierin kan vinden. Het punt is gesloten.
(Applaus. De fiets ligt.)
De gemeente vraagt vier namen, vier adressen en vier handtekeningen. Zij vraagt niet wat de mensen erbij zeiden. Dat drukken wij hier af, want het was beter dan het formulier toestond.
| Ondertekenaar | Adres | Ter vergadering opgemerkt | |
|---|---|---|---|
| I. | Dhr. Merel | Beemsterstraat, aan de overkant | Tekende vóór de zin uit was. Vroeg vervolgens of het staal glimt, en of dat zo blijft. |
| II. | Mevr. Merel | Beemsterstraat, aan de overkant | Wilde weten of er dan ook een bankje bij kon. Dat kan niet. Zij tekende toch, en noemde dat «vooruitzien». |
| III. | Fam. Groen | Beemsterstraat, hiernaast | Had veel last van fietsen die her en der stonden. Dit is precies wat zij bedoelde, zei zij, en zij zei het nog eens. |
| IV. | Fam. Van der Specht | Beemsterstraat, begane grond | Tekende in de deuropening, met de ketting er nog op. Een kras telt ook. |
| V. | …………… | …………… | Er is plaats voor acht. Vier is het minimum, geen streefgetal. |
¶ ¶ ¶
«Buur» is nergens gedefinieerd. Deze krant hanteert: iemand die u gedag zegt en woont binnen hoorafstand van een fietsbel.
In deze kolom staat gewoonlijk wie er niet meer is. Vandaag staat er wat er niet meer hóeft te zijn, en onderaan, omgekeerd, wat er komén gaat.
Heden ontsliep zacht en onopgemerkt
Iemand Zou Eensin de ouderdom van vele jaren, ter hoogte van de haag.
Hij is nimmer tot handelen gekomen. Van rouwbeklag wordt geen kennis genomen; hij nam die zelf ook nooit.
Na een kort doch hardnekkig misverstand
De Haag Als Fietsenrekzij droeg wat zij niet dragen moest, en klaagde niet.
Bloemen liever niet; zij is er zelf een. Condoleances aan de laurier.
Met blijdschap, doch onder voorbehoud van zes weken
De Beugeldrie in getal, van gebogen staal, nog niet geplaatst doch reeds aangevraagd.
Geen bezoek aan huis. Zij staat buiten, en dat is de bedoeling.
Tien regels. Links voorwaarts gelezen, rechts achterwaarts. Het zijn dezelfde regels; zij komen alleen ergens anders uit. Wie een fiets ziet vallen begrijpt het onmiddellijk.
Onze wijsgeren aan het woord
Bij het klimtoernooi van gisteravond, waar de dames andermaal met volle glazen de ladder beklommen, ontspon zich beneden een levendig gesprek over het leunen.
De dames wonnen het toernooi, zoals elk jaar, en droegen geen enkele druppel.
Wie in een andere straat hetzelfde wil vragen, hoeft niets te bedenken. Hieronder staan de twee vellen die wij ervoor gebruikten, leeg. Afdrukken op A4, invullen met de hand, aanbellen bij vier mensen die u gedag zeggen.
De ingevulde vellen — de petitie zoals zij is ingediend en de briefjes voor de bus — staan onder deze krant afgedrukt.
Indienen gaat via het loket van de gemeente Amsterdam: formulier.amsterdam.nl → Wonen → Fietsnietje. Meesturen: de foto mét huisnummer, en de lijst. Antwoord binnen zes weken.
Het vel dat mee ging naar de gemeente, met daarachter het spiekbriefje dat niet mee ging. Wie hetzelfde wil vragen voor zijn eigen straat vindt hierboven de blanco versie.
Onze fietsen slapen op straat. Dat is niet erg — daar zijn fietsen aan gewend — maar ze slapen schéér: tegen gevels, dwars over de stoep, en bij tijd en wijle boven op elkaar. Wij zouden ze graag ergens tegenaan laten leunen dat daarvoor bedoeld is.
Op de meegestuurde foto ligt er alvast één, blauw, half in de laurierhaag. Die ligt daar niet omdat zijn eigenaar slordig is, maar omdat er niets staat om hem tegenaan te zetten. Wij vragen drie fietsnietjes op precies die plek, zodat de fietsen gaan staan waar ze nu vallen.
Een fietsnietje is een gebogen buis van staal waar precies twee fietsen tegenaan mogen staan. Het is het enige nietje in Amsterdam dat groter is dan het ding dat het vastzet, en het enige dat u nooit kwijtraakt.
Hieronder verklaren directe buren, in volgorde van opdagen, dat zij dit een goed idee vinden. De gemeente vraagt er minimaal vier. «Buur» is nergens gedefinieerd; wij hanteren: iemand die u gedag zegt en woont binnen hoorafstand van een fietsbel. Een handtekening hoeft niet mooi. Een kras telt ook.
| Naam | Adres | Handtekening | |
|---|---|---|---|
| 1 | Dhr. Merel | Beemsterstraat … (overkant) | |
| 2 | Mevr. Merel | Beemsterstraat … (overkant) | |
| 3 | Fam. Groen | Beemsterstraat … (hiernaast) | |
| 4 | Fam. Van der Specht | Beemsterstraat, begane grond | |
| 5 | |||
| 6 | |||
| 7 | |||
| 8 |
Bedrijven mogen alleen een nietje aanvragen als ze géén eigen terrein hebben, en dan is het uitsluitend voor bezoekers. Voor bewoners geldt die beperking niet.
Een kapot nietje meldt u niet hiermee, maar via het meldingsformulier van de gemeente.
Nagekeken in de BAG (Kadaster): op deze hoogte is de nummering uitsluitend even — de overkant is de groenstrook, daar hoort geen nummer bij. Verwijs dus naar uw eigen nummer als referentiepunt.
Voor de buren die niet thuis waren. Vier op één A4, langs de stippellijn door te knippen. Het vierde is leeg gebleven, voor wie zich alsnog meldt.
Ik vraag de gemeente om drie fietsnietjes in de groenstrook langs het voetpad, tussen de laurierhaag en de bomen.
Op dit moment belanden de fietsen daar toch al — er ligt er één, blauw, half in de haag. Niet omdat iemand slordig is, maar omdat er niets staat om hem tegenaan te zetten.
Een fietsnietje is die gebogen buis van staal waar twee fietsen tegenaan kunnen. Het enige nietje in Amsterdam dat groter is dan wat het vastzet.
De gemeente wil vier buren die het een goed idee vinden. Zou u willen tekenen?
U zei dat u veel last heeft van fietsen die her en der staan. Daar wil ik iets aan doen: ik vraag de gemeente om drie fietsnietjes in de groenstrook langs het voetpad.
De fietsen belanden daar toch al — er ligt er één, blauw, half in de laurierhaag. Met drie beugels staan ze waar ze nu vallen.
Een fietsnietje is die gebogen buis van staal waar twee fietsen tegenaan kunnen.
De gemeente wil vier buren die het een goed idee vinden. Zou u willen tekenen?
Ik vraag de gemeente om drie fietsnietjes in de groenstrook langs het voetpad, tussen de laurierhaag en de bomen — vlak bij uw voordeur.
De fietsen belanden daar toch al; er ligt er één, blauw, half in de haag. Niet uit slordigheid, maar omdat er niets staat om hem tegenaan te zetten.
Een fietsnietje is die gebogen buis van staal waar twee fietsen tegenaan kunnen.
De gemeente wil vier buren die het een goed idee vinden. Zou u willen tekenen?
Ik vraag de gemeente om drie fietsnietjes in de groenstrook langs het voetpad, tussen de laurierhaag en de bomen.
De fietsen belanden daar toch al — er ligt er één, blauw, half in de haag. Niet omdat iemand slordig is, maar omdat er niets staat om hem tegenaan te zetten.
Een fietsnietje is die gebogen buis van staal waar twee fietsen tegenaan kunnen.
De gemeente wil vier buren die het een goed idee vinden. Zou u willen tekenen?