Uit de eerste hand
Wat er gebeurde bij de psychiatrische nooddienst, en waarom ik nee zei tegen benzodiazepinen.
De reden dat ik voor het eerst in mijn leven agressie heb vertoond naar een vrouw, was het moment dat ik met de ambulance bij de psychiatrische nooddienst (SER) aankwam. In de ambulance had ik twee duidelijke verzoeken gedaan:
Ik ging vrijwillig mee naar de SER en was opgelucht dat ik werd gehaald. Ik was op dat moment niet onder invloed van middelen; ik leed aan een delier, veroorzaakt door ontstoken cellulitis aan mijn linkerbeen.
Toch werd ik bij aankomst, zonder enig overleg of menselijke communicatie, direct in een isoleercel geplaatst. Ik werd onbeschoft behandeld. Eten kreeg ik met moeite en het werd me toegeschoven alsof ik een crimineel was die een gevaar vormde voor anderen. Ik voelde me diep vernederd en gekleineerd. Een delier is een versterkende factor van je zelfbeeld en hoe je de realiteit ervaart, en dit maakte de situatie ondragelijk.
“Ik ben geen crimineel, ik was gewoon ziek en maakte me grote zorgen om mijn zoon.”
Na verloop van tijd werd ik uit de cel gehaald en op een ziekenhuisbed gelegd. Ik was in de war, verdrietig en totaal hulpeloos. Ik voelde me verschrikkelijk. Niemand vroeg op dat moment hoe het met me ging. Toen zei een verpleegkundige: “Dan gaan we je zo wat rustgevends geven.” Ik antwoordde direct: “Dat wil ik niet. Ik wil geen benzodiazepinen, dat heb ik al aangegeven.” Ze luisterde niet en zei alleen: “Ik ga ze wel even pakken.”
Op dat moment brak ik. Ik realiseerde me door de paniek niet eens dat ik naakt was, ik wist alleen dat ik die medicatie absoluut niet wilde. Blijkbaar ben ik achter haar aan gerend. De herinnering is deels vaag, omdat het delier me emotioneel verscheurde. Wat ik nog wél weet, is dat ik door vijf mannen ben vastgehouden en dat ik me toen bewust heb overgegeven, omdat ik doodsbang was dat ik anders iemand pijn zou doen.
De reden voor mijn absolute grens wat betreft benzodiazepinen ligt vier jaar in het verleden. Ik had toen online slaapmedicatie (een benzodiazepine) gekocht en ben daar bijna aan overleden. Ik werd wakker op de intensive care van het AMC. Nadat ik rakelings langs de dood — en voor mijn gevoel langs mijn vader — was gescheerd, heb ik een heilige gelofte afgelegd: dit doe ik nóóit meer. Die belofte heb ik gemaakt met maar één doel: zorgen dat ik er altijd voor mijn zoon kan zijn.
De wonderlijke avonturen van
Handelingen — vergaderjaar dezes, 29 maart, avondzitting
De voorzitter: Aan de orde is het voorstel tot bespoediging van de rust.
De heer Van Uytrecht: Mijnheer de voorzitter, heeft er overleg plaatsgevonden?
De minister: Er is uitvoerig overleg geweest. Niet mét betrokkene, doch óver betrokkene. Staatsrechtelijk is dat hetzelfde en administratief eenvoudiger.
De heer Van Uytrecht: En de twee verzoeken, in de ambulance gedaan?
De minister: Genoteerd. Ik wijs de geachte afgevaardigde erop dat notuleren geen toezeggen is.
De heer Van Uytrecht: Het eerste luidde: geen isoleercel. Het tweede: geen benzodiazepinen. Er is een voorgeschiedenis.
De minister: Die voorgeschiedenis is mij bekend en heeft mij niet bereikt.
(Rumoer. De voorzitter maant tot kalmte.)
Een lid, buiten de microfoon: Hij vraagt het woord.
De voorzitter: Betrokkene is geen lid dezer vergadering. Betrokkene is het onderwerp.
De heer Van Uytrecht: Dan stel ik voor het onderwerp te horen.
De voorzitter: Dat voorstel is nieuw en wordt om die reden aangehouden.
De heer Van Uytrecht: Aangehouden tot wanneer?
De voorzitter: Tot betrokkene rustig is.
De heer Van Uytrecht: En hoe wordt betrokkene rustig?
De minister: Daar heeft mijn departement middelen voor.
(Langdurig gelach. Eén lid lacht niet.)
De minister: Ik zeg de Kamer toe dat de deur van binnen niet op slot zit. Zij is uitsluitend van buiten dicht. Dat is een wezenlijk verschil, en het is geruststellend voor wie buiten staat.
De voorzitter: Ik constateer dat de Kamer zich hierin kan vinden. Het punt is gesloten.
(Applaus. Het onderwerp verlaat de zaal, gedragen door vijf heren.)
In deze kolom staat gewoonlijk wie er niet meer is. Vandaag staat er wat er niet meer is, en onderaan, omgekeerd, wat er wél nog is.
Heden overleed, na een kortstondig doch krachtig verzet,
Het Overlegin de leeftijd van enkele seconden.
Er is geen gelegenheid tot condoleren. Er was ook geen gelegenheid tot spreken.
Plotseling van ons heengegaan, nog voor zij ooit gesteld werd,
De vraag “hoe gaat het met u”Zij liet een gang na, en vijf paar handen.
Van haar afwezigheid gaat deze kennisgeving uit.
Tot onze grote verbazing is niet overleden
De Beloftevier jaar geleden afgelegd op een intensive care, met één doel: er zijn voor mijn zoon.
Zij verkeert in goede gezondheid en laat zich door niemand begraven.
Tien regels. Links voorwaarts gelezen, rechts achterwaarts. Het zijn dezelfde regels; zij komen alleen ergens anders uit. Wie de kreeft ziet lopen begrijpt het onmiddellijk.
Onze wijsgeren aan het woord
Bij het klimtoernooi van gisteravond, waar de dames andermaal met de volle glazen de ladder beklommen, ontspon zich beneden een levendig gesprek over het guitige.
De dames wonnen het toernooi, zoals elk jaar, en droegen geen enkele druppel.