Onafhankelijk ochtendblad  ·  Losse nummers vijftien cent
Kraaikrant
Jaargang I  —  No. 29 Zondag 29 maart Heden: het overleg

Uit de eerste hand

29 maart

Wat er gebeurde bij de psychiatrische nooddienst, en waarom ik nee zei tegen benzodiazepinen.

Eigen verslagZondag 29 maartHet bericht waar deze krant uit voortkomt

De reden dat ik voor het eerst in mijn leven agressie heb vertoond naar een vrouw, was het moment dat ik met de ambulance bij de psychiatrische nooddienst (SER) aankwam. In de ambulance had ik twee duidelijke verzoeken gedaan:

  1. Stop me niet weer in de isoleercel.
  2. Verdoof me niet met benzodiazepinen.

Ik ging vrijwillig mee naar de SER en was opgelucht dat ik werd gehaald. Ik was op dat moment niet onder invloed van middelen; ik leed aan een delier, veroorzaakt door ontstoken cellulitis aan mijn linkerbeen.

Toch werd ik bij aankomst, zonder enig overleg of menselijke communicatie, direct in een isoleercel geplaatst. Ik werd onbeschoft behandeld. Eten kreeg ik met moeite en het werd me toegeschoven alsof ik een crimineel was die een gevaar vormde voor anderen. Ik voelde me diep vernederd en gekleineerd. Een delier is een versterkende factor van je zelfbeeld en hoe je de realiteit ervaart, en dit maakte de situatie ondragelijk.

“Ik ben geen crimineel, ik was gewoon ziek en maakte me grote zorgen om mijn zoon.”

Na verloop van tijd werd ik uit de cel gehaald en op een ziekenhuisbed gelegd. Ik was in de war, verdrietig en totaal hulpeloos. Ik voelde me verschrikkelijk. Niemand vroeg op dat moment hoe het met me ging. Toen zei een verpleegkundige: “Dan gaan we je zo wat rustgevends geven.” Ik antwoordde direct: “Dat wil ik niet. Ik wil geen benzodiazepinen, dat heb ik al aangegeven.” Ze luisterde niet en zei alleen: “Ik ga ze wel even pakken.”

Op dat moment brak ik. Ik realiseerde me door de paniek niet eens dat ik naakt was, ik wist alleen dat ik die medicatie absoluut niet wilde. Blijkbaar ben ik achter haar aan gerend. De herinnering is deels vaag, omdat het delier me emotioneel verscheurde. Wat ik nog wél weet, is dat ik door vijf mannen ben vastgehouden en dat ik me toen bewust heb overgegeven, omdat ik doodsbang was dat ik anders iemand pijn zou doen.

De reden voor mijn absolute grens wat betreft benzodiazepinen ligt vier jaar in het verleden. Ik had toen online slaapmedicatie (een benzodiazepine) gekocht en ben daar bijna aan overleden. Ik werd wakker op de intensive care van het AMC. Nadat ik rakelings langs de dood — en voor mijn gevoel langs mijn vader — was gescheerd, heb ik een heilige gelofte afgelegd: dit doe ik nóóit meer. Die belofte heb ik gemaakt met maar één doel: zorgen dat ik er altijd voor mijn zoon kan zijn.

Voor jong en oud

De wonderlijke avonturen van

Heer Ommegang en Tante Kwak — bij de poort van het overleg

I.“Wij komen voor het overleg,” sprak Heer Ommegang, en hij hief zijn lampje. Tante Kwak had haar beste hoed op, want men weet nooit.
II.“Het overleg is verplaatst,” zei de portier vriendelijk. “Naar beneden. De borden wijzen verkeerd, doch dat is bekend.”
III.Zij daalden. Het werd stiller en stiller. “Wat een aardige kamer,” riep Tante Kwak beneden. “Waar zit toch de deurknop?”
IV.“Men heeft ons niets misdaan,” overwoog Heer Ommegang bedaard. “Men heeft ons alleen niets gevraagd. Dat is iets geheel anders, en het duurt langer.”

Uit de Kamer

Handelingen — vergaderjaar dezes, 29 maart, avondzitting

Het onderwerp vraagt het woord en krijgt het niet

De voorzitter: Aan de orde is het voorstel tot bespoediging van de rust.

De heer Van Uytrecht: Mijnheer de voorzitter, heeft er overleg plaatsgevonden?

De minister: Er is uitvoerig overleg geweest. Niet mét betrokkene, doch óver betrokkene. Staatsrechtelijk is dat hetzelfde en administratief eenvoudiger.

De heer Van Uytrecht: En de twee verzoeken, in de ambulance gedaan?

De minister: Genoteerd. Ik wijs de geachte afgevaardigde erop dat notuleren geen toezeggen is.

De heer Van Uytrecht: Het eerste luidde: geen isoleercel. Het tweede: geen benzodiazepinen. Er is een voorgeschiedenis.

De minister: Die voorgeschiedenis is mij bekend en heeft mij niet bereikt.

(Rumoer. De voorzitter maant tot kalmte.)

Een lid, buiten de microfoon: Hij vraagt het woord.

De voorzitter: Betrokkene is geen lid dezer vergadering. Betrokkene is het onderwerp.

De heer Van Uytrecht: Dan stel ik voor het onderwerp te horen.

De voorzitter: Dat voorstel is nieuw en wordt om die reden aangehouden.

De heer Van Uytrecht: Aangehouden tot wanneer?

De voorzitter: Tot betrokkene rustig is.

De heer Van Uytrecht: En hoe wordt betrokkene rustig?

De minister: Daar heeft mijn departement middelen voor.

(Langdurig gelach. Eén lid lacht niet.)

De minister: Ik zeg de Kamer toe dat de deur van binnen niet op slot zit. Zij is uitsluitend van buiten dicht. Dat is een wezenlijk verschil, en het is geruststellend voor wie buiten staat.

De voorzitter: Ik constateer dat de Kamer zich hierin kan vinden. Het punt is gesloten.

(Applaus. Het onderwerp verlaat de zaal, gedragen door vijf heren.)

Familieberichten — de omkering

In deze kolom staat gewoonlijk wie er niet meer is. Vandaag staat er wat er niet meer is, en onderaan, omgekeerd, wat er wél nog is.

†

Heden overleed, na een kortstondig doch krachtig verzet,

Het Overleg

in de leeftijd van enkele seconden.

Er is geen gelegenheid tot condoleren. Er was ook geen gelegenheid tot spreken.

†

Plotseling van ons heengegaan, nog voor zij ooit gesteld werd,

De vraag “hoe gaat het met u”

Zij liet een gang na, en vijf paar handen.

Van haar afwezigheid gaat deze kennisgeving uit.

∴

Tot onze grote verbazing is niet overleden

De Belofte

vier jaar geleden afgelegd op een intensive care, met één doel: er zijn voor mijn zoon.

Zij verkeert in goede gezondheid en laat zich door niemand begraven.

Opinie

De kreeftgang

Tien regels. Links voorwaarts gelezen, rechts achterwaarts. Het zijn dezelfde regels; zij komen alleen ergens anders uit. Wie de kreeft ziet lopen begrijpt het onmiddellijk.

Heen

  1. Zij sloten mij op in een kamer zonder zee.
  2. Ik was geen gevaar; ik was een gebeurtenis.
  3. Wie koorts heeft reist verder dan wie vaart.
  4. Men gaf mij rust die ik nooit had besteld.
  5. De deur had een raampje; daarachter stond het werk.
  6. Ik heb mij overgegeven om niemand te raken.
  7. Dat is de enige overwinning die ik ken.
  8. Mijn vader stond op de gang en zei niets.
  9. Ik draag hem mee zoals een schip zijn ballast draagt.
  10. Er is een jongen die mijn naam draagt en wacht.

Terug

  1. Er is een jongen die mijn naam draagt en wacht.
  2. Ik draag hem mee zoals een schip zijn ballast draagt.
  3. Mijn vader stond op de gang en zei niets.
  4. Dat is de enige overwinning die ik ken.
  5. Ik heb mij overgegeven om niemand te raken.
  6. De deur had een raampje; daarachter stond het werk.
  7. Men gaf mij rust die ik nooit had besteld.
  8. Wie koorts heeft reist verder dan wie vaart.
  9. Ik was geen gevaar; ik was een gebeurtenis.
  10. Zij sloten mij op in een kamer zonder zee.

Uit het rijk der dieren

Zij kijken u aan — en zij weten dat u kijkt

Vrolijkheid. Poes Mimi kijkt guitig in de lens en schijnt volkomen te weten wat zij doet. De redactie ontving hierover talrijke brieven, alle instemmend.
Malle fratsen. Hond Boris verricht een kunstje waarvan ons de zin ontgaat. Hij kijkt u recht aan. Waar u ook gaat staan: hij kijkt u recht aan.

Onze wijsgeren aan het woord

Bij het klimtoernooi van gisteravond, waar de dames andermaal met de volle glazen de ladder beklommen, ontspon zich beneden een levendig gesprek over het guitige.

  • De heer H. betoogde dat het hondje niet guitig is, doch guitig wordt op het ogenblik dat u kijkt. Zonder u geen fratsen. Hij viel hierna van zijn stoel en werd bijgeschonken.
  • De heer P. hield staande dat er ergens een volmaakt Poesje bestaat, waarvan alle poesjes op aarde slechts een wazige afdruk zijn. Hij wees naar boven, waar op dat moment een ladder passeerde, en verlangde nog een pils.
  • De heer S. zei niets. Hij keek naar de ladder en dacht aan de zee.

De dames wonnen het toernooi, zoals elk jaar, en droegen geen enkele druppel.

De blokkendoos
Elke editie een blok  ·  elke kolom een vaste rubriek
No. 2424 augustus
Vijfhonderd
Veertien plannen om vijfhonderd euro kwijt te raken. Zij verschillen in tempo, in toon en in taal — en zij eindigen alle veertien op hetzelfde bedrag.
De laatste editie  ·  lezen
No. 2222 augustus
Drie nietjes
Er ligt een blauwe fiets half in de laurierhaag. Hij ligt daar niet omdat zijn eigenaar slordig is, maar omdat er niets staat om hem tegenaan te zetten.
Lezen
No. 2929 maart
29 maart
Wat er gebeurde bij de psychiatrische nooddienst, en waarom ik nee zei tegen benzodiazepinen. Het bericht waar deze krant uit voortkomt.
Lezen
Kraaikrant — verschijnt wanneer het moet De voorpagina  ·  Het archief apart  ·  De kraai